Gedragsafspraken

Binnen AVC hebben we een aantal afspraken met elkaar gemaakt om op een prettige manier met elkaar om te gaan. Door hier aandacht aan te geven volgen we de landelijke tendens op dit gebied. In onderstaande documenten kunt u dit nalezen.

1. ALGEMEEN
Hoewel de manier van trainingen aan onze vereniging de atleten leert het begrip ‘vrijheid‘ te hanteren en hun zelfstandigheid zoveel mogelijk bevordert, ontkomen ook wij er niet aan een aantal regels te
hanteren. Deze verenigingregels zijn in de praktijk ontstaan en wij verwachten dat zowel ouders en bezoekers, als atleten zich hieraan houden, om zodoende de goede gang van zaken aan vereniging te
waarborgen.
2. OMGANGSREGELS
Van iedereen die onze vereniging bezoekt, wordt passend gedrag verwacht.
a. Fijne omgang met mede-atleten voor een goede sfeer
Iedere atleet heeft recht op een fijne en plezierige verenigingstijd. Daarom verwacht AVC van alle atleten tegenover hun mede-atleten een aardige houding, een prettige omgang en fatsoenlijk taalgebruik. Zaken als ruzie en schelden horen dus niet thuis op onze vereniging.
Dit alles wordt gestimuleerd door de trainer. De houding van de trainer zal stimulerend en open zijn, dat wil zeggen: de trainer corrigeert negatief gedrag, geeft hulp en ondersteuning, “werkt” bij voortduring aan een positief klimaat in de groep en in de vereniging, zorgt voor een goed toezicht. Voor jeugdatleten is duidelijkheid op dit gebied erg belangrijk. De trainer zorgt voor die duidelijkheid.
b. Respect voor de atleten en het overige personeel
De trainers, coaches/ploegleiders en het overig personeel zijn tijdens de verenigingtijd het verlengstuk van AVC. De vereniging verwacht van alle atleten en bezoekers dat zij respect tonen voor alle medewerkers door middel van een correcte houding, een fijne omgang en een fatsoenlijk taalgebruik.
c. Kritiek naar voren brengen
Bij kritiek zijn er vele wegen om deze op gepaste wijze naar voren te brengen.
d. Correcte omgang met andermans spullen
De vereniging verwacht dat alle atleten en bezoekers met andermans spullen (bijvoorbeeld van de vereniging of van andere medeatleten) omgaan als waren het hun eigen spullen. Spullen die men in bruikleen heeft (van de vereniging of van iemand anders) worden netjes terugbezorgd.
Van mensen die spullen vinden, wordt verwacht dat zij die bij een trainer of het clubgebouw afgeven. Iemand die iets kwijt is geraakt, kan dus bij een trainer of het clubgebouw informeren.
Ook het fatsoenlijk omgaan met het atletieksportcomplex wordt als vanzelfsprekend beschouwd.
e. De trainer
De trainer gaat respectvol om met de atleten door onder andere goed naar ze te luisteren, door ze te helpen en te stimuleren, door ze een gevoel van zorg, veiligheid, competentie (ik kan wat) en zelfstandigheid te geven. De trainer zal naar de atleten een duidelijke houding moeten uitstralen. Mensen verwachten duidelijkheid. Soms zal het nodig zijn dat de trainer “optreedt” en zal dan niet aarzelen.
Ook ouders van jeugdatleten hebben recht op een goede omgang met de trainer. Ze moeten met hun zorgen en problemen bij de trainer terecht kunnen. Ervaring leert dat het samenwerken van ouder(s) en trainer aan de eventuele problemen van de jeugdige atleet het meeste effect heeft.
Jeugdleden trainen niet zelfstandig met technisch materiaal, maar altijd onder begeleiding.
Een trainer is ± 10 minuten voor aanvang van de training aanwezig.
3. REGELS MET BETREKKING TOT STOREND EN AFWIJKEND GEDRAG
Indien een atleet in of buiten het clubterrein regelmatig een storend gedrag gaat vertonen en als blijkt dat hierdoor de gang van zaken in of buiten het clubterrein en de individuele veiligheid ernstig wordt geschaad, neemt AVC gepaste maatregelen. Gelet op de berichten van verenigingen elders in het land wil onze vereniging met deze basisafspraken preventief te werk gaan om dergelijke vergrijpen te
voorkomen. Wanneer familieleden of atleten zich te buiten gaan aan één of meer van onderstaande aspecten, kan dit leiden tot schorsing voor bepaalde tijd en in het ernstigste geval tot definitieve verwijdering van vereniging.
Voorbeelden van vergrijpen zijn onder meer:
a. Materieel, zoals het stelen en vernielen.
b. Fysiek, zoals hard lichamelijk geweld in of buiten de vereniging.
c. Ernstig misdragingen van familieleden: verbaal en fysiek geweld.
d. Ernstig geconstateerde gedragsproblemen.
4. AANWEZIGHEID (in ieder geval jeugdige)
a. Van atleten wordt verwacht dat zij 5 minuten voor aanvang van de training aanwezig zijn. Ben je langere tijd verhinderd of geblesseerd, laat het dan de trainer even weten. Zo kan een trainer daar rekening mee houden.
Te laat komen is erg storend voor de hele groep en ook voor de persoon zelf.
Indien nodig wordt er geholpen bij het opzetten en opruimen van het speelveld.
b. Bij wedstrijden is men ruim voor aanvang van de wedstrijd aanwezig. In de tijd voorgaand aan de wedstrijd doet men een warming-up en krijgt men eventueel een instructie.
Bij verhindering voor een wedstrijd wordt minimaal 1 week van tevoren afgebeld. Voor, tijdens en na de wedstrijd wordt de eer van AVC hooggehouden. De scheidsrechter/jury heeft altijd gelijk. Opmerkingen e.d. blijven achterwege. Protest wordt in principe aangetekend door een ploegleider
c. Een bespreking van een probleem wordt na de training c.q. wedstrijd besproken.
d. Tijdens trainingen en wedstrijden mogen de atleten het terrein niet verlaten zonder toestemming van en kennisgeving aan de trainer/coach/ploegleider.
5. KLEDING
Voor de trainingen en de wedstrijden (denk dan zeker aan clubkleding) is er minimaal een degelijke trainingsbroek/-pak en goed schoeisel. Het dragen van clubkleding is verplicht bij
competitiewedstrijden (Informeer naar de aanschafmogelijkheden).
Een goede tas is aan te bevelen. Waardevolle spullen kunnen het beste niet meegenomen worden naar de club.
6. ROKEN, ALCOHOL EN DRUGS
Roken is op het sportcomplex van AVC niet toegestaan. Van atleten en bezoekers wordt fair play verwacht en het gebruik van drugs is dan ook ten strengste verboden. Alcohol onder de 16 jaar wordt niet geschonken.

Reacties zijn gesloten.